Titus Brandsma theoloog en filosoof

Het Leven van Titus Brandsma

​​​​In 1945 dachten velen dat de tijd van vrijheidsberoving, onderdrukking, vervolging en moord om redenen van ras, ideologie en macht nóóit meer zou kunnen terugkeren of zich zou kunnen herhalen. Vandaag de dag weten we wel beter. In onze wereld worden nog altijd mensen onderdrukt, vervolgd, gedood vanwege ras, godsdienst, kleur of armoede. De gewetensgevangene is in vele landen in de wereld een helaas zeer actuele verschijningsvorm. Niet voor niets bestaat er bijv. een Amnesty-International. Titus Brandsma was ook een gewetensgevangene. Men zou hem een eigentijds patroon van al deze politieke gevangenen en vervolgden van nu kunnen noemen. Titus Brandsma kunnen we als voorbeeld onder een ieders aandacht brengen, die zich op geweldloze wijze willen inzetten voor een betere samenleving, waar vrijheid en verdraagzaamheid, geloven en laten geloven, sociale gerechtigheid, liefde, medemenselijkheid en vrede heersen. En die dat graag bevestigd willen zien

 ​

Wie is Titus Brandsma?

Pater prof. dr. Titus Brandsma werd op 23 februari 1881 geboren als Anno Sjoerd. Zijn geboorteplaats was Oegeklooster, dat bij Bolsward ligt. Zijn familie was van een zeer oud Fries boerengeslacht. Toen hij elf was ging hij naar het voortgezet onderwijs bij de paters Franciscanen in het Brabantse Megen. Hij voelde zich aangetrokken tot het priesterschap en trad in 1895 in de Carmelorde in. Hij nam de naam van Titus aan, de leerling van St. Paulus. Hij ging filosofie en theologie studeren In 1905 werd hij tot priester gewijd.  Daarna werd hij naar Rome gestuurd om verder te leren in de filosofie. Ondanks dat hij veel en vaak ziek was, behaalde hij zijn doctorsgraad. In 1909 werd hij tot hoogleraar benoemd aan het grootseminarie in Oss. In 1923 volgde zijn benoeming tot professor in de geschiedenis van de wijsbegeerte alsmede in de wijsbegeerte van de geschiedenis aan de Katholieke Universiteit in Nijmegen. Een bezig mens. Ondanks zijn zwakke gezondheid was Titus Brandsma altijd bezig met bijvoorbeeld het geven van colleges, studeren, schrijven in dagbladen en in tijdschriften en deed alles om de Friese cultuur te bevorderen. Ook was hij bedrijvig op het terrein van het katholiek onderwijs en de katholieke dagbladpers.

Onderwijs en pers

 

Hij was niet bang. Al ver voor de bezetting van Nederland door de nazi's, protesteerde hij tegen de Jodenvervolging in Hitler-Duitsland. Al in 1935 schreef Titus: Wat nu tegen de Joden gedaan wordt, is een daad van lafheid. De vijanden en de bestrijders van Joden zijn wel klein, dat zij zo optreden. Te menen dat zij daardoor de volkskracht openbaren of versterken, is de waan der zwakheid.

Toen de oorlog eenmaal was uitgebroken, bleek er één hoogleraar te zijn aan de universiteit van Nijmegen, die een nazi was. In een Senaatzitting werd deze hoogleraar door Titus Brandsma aangepakt en medegedeeld dat hij niet thuishoorde op de universiteit, omdat hij als een verrader beschouwd kon worden. Ook toen sliepen de verraders niet en een dergelijke getuigenis van Titus zou zonder meer doorgegeven worden aan de bezetters. Dat werkte echter niet remmend op de activiteiten van Titus tegen de nationaalsocialistische overheersing. Zo protesteerde hij tegen de maatregel dat kloosterlingen niet langer aan het hoofd van een onderwijsinstelling mochten staan en tegen het feit dat de salarissen van deze mensen in het onderwijs gehalveerd werden. Ook protesteerde hij tegen het verplicht moeten opnemen van advertenties van de NSB en tegen de pogingen om  de nationaal-socialisten op de plek van hoofdredacteuren te krijgen.

​Titus Brandsma en WW II 

Door vrienden om hem heen werd hij gewaarschuwd en dat hij moest oppassen voor de Duitsers. Titus antwoordde hierop: "Ik ben wel wat ongerust, maar ik ben niet bang en me schuilhouden daar voel ik niets voor". De reactie van de Duiters kwam niet lang daarna. De nazi-Duitser Janke rapporteerde aan de General-Kommisar Schmidt: "Pater Titus Brandsma dient wegens systematische voorbereiding van een tegen de Duitse bezettingsoverheid gerichte verzetsbeweging onmiddellijk gearresteerd en naar een concentratiekamp gestuurd te worden". Op 19 januari 1942 werd Titus in zijn klooster in Nijmegen gearresteerd.

Twee SD-ers voerden hem weg. Eerst naar de koepelgevangenis in Arnhem. De volgende dag naar Den Haag. In de weken dat hij daar zat, werd hij steeds verhoord door de nazi Harden. De eindconclusie van Harden was:"Titus Brandsma meent het christendom in bescherming te moeten nemen tegen het nationaal-socialisme. Hij ontkent dit niet,

integendeel. Bij het verhoor kwam hij er vierkant voor uit. Hij toonde zich in zijn vaste overtuiging inderdaad een man van karakter.

Het vonnis werd meteen geveld: "Er ist seht gefärlich".
Zijn lot was bepaald en de martelaarsgang begon:
eerst naar het concentratiekamp Amersfoort. Gevangenisnnummer 58. Kaalgeschoren en gehuld in een oud uniform, met klompen aan de voeten. Daar in Amersfoort werden gevangenen zwaar mishandeld, soms doodgeknuppeld of doodgetrapt. Kou, ziekten, vooral honger en dysenterie heersten er. Pater Titus Brandsma klaagde niet. Hij bemoedigde zijn medegevangenen, bad met hen, sprak hen toe.

Daarna werd hij overgebracht naar Den Haag, met weer vele verhoren. Daarna, op 16 mei werd hij op transport gesteld naar de gevangenis in Kleef. Tenslotte naar het beruchte concentratiekamp Dachau. Gevangenisnummer 30492, het vuile blauwwit gestreepte gevangenispak en houten sandalen. De beulen trapten en sloegen hem, maar Titus bleef er bijna bovenmenselijk gelaten, rustig onder, biddend, zelfs voor zijn beulen. Na een nieuwe beulpartij werd hij in een soort ziekenbarak opgenomen. Daarna hoorden de andere gevangenen niets meer over Titus Brandsma, alleen nog over zijn dood.

 Prof. dr. L. de Jong schrijft: "In het propvolle Revier, liggend op de strozak waarop voor hem talloze anderen stierven, wacht Titus Brandsma op de dood. Na enkele dagen raakt hij buiten bewustzijn. Op 26 juli, 's middags om 2 uur, maakt een kamparts hem met een injectie af. Titus Brandsma stierf en ging naar zijn Heer. Maar er was een belijder en martelaar geboren. Omwille van zijn God en Vaderland. Als een voorbeeld voor ons allen. Ook vandaag. En ieder jaar wordt zijn sterven herdacht tijdens een mis in Nijmegen. Met altijd een toespraak om duidelijk te maken hoezeer deze moedige en karaktervolle mens en priester ons vandaag nog altijd veel heeft te zeggen.